gebruikjekop

 

 

Binnen onze vereniging staat veiligheid voorop!

Bij de MTB zijn  Dick en Jonnie opgeleid tot MTB2 , assistent mtb begeleider en vertellen/leren zij het veilig omgaan met mtb en uitrusting aan onze jeugd leden jeugd.

Tevens gaan 4 personen binnenkort van start met een cursus WEGKAPITEIN om ook bij de race bij te dragen aan de veiligheid onderweg!

 

Veiligheid.

Het weer van de afgelopen weken nodigt mensen massaal uit om de racefiets of mountainbike te pakken en erop uit te trekken. fietsen is namelijk een erg mooie sport om je weer zomerfit te trainen, te ontspannen, of je conditie op peil te houden. fietsen is ook gemakkelijk; je hebt een fiets nodig, een bestemming of route en je kunt vertrekken. Toch is het goed dat wielrenners en mountainbikers rekening houden met situaties die hen net even iets kwetsbaarder maken dan andere weggebruikers.

De snelheid van fietsers wordt door andere verkeersdeelnemers vaak niet goed ingeschat. Een normale fietser fietst ongeveer 15 kilometer per uur. Wielrenners en mountainbikers halen vaak het dubbele hiervan of meer. Dit levert nare en soms erg gevaarlijke situaties op. Om een trainingsrondje veilig te laten verlopen hebben we de belangrijkste tips voor je op een rijtje gezet:

1. Draag altijd een helm. Als er wat gebeurd is je hoofd het kwetsbaarste deel van je lichaam.

2. Houd je aan de verkeersregels. Je rijdt pas een wedstrijd als je rijdt op een afgesloten parcours met start en finish, onder leiding van juryleden. De drukte in het verkeer in Nederland laat het niet toe om een ‘koers’ te rijden tussen alle andere weggebruikers. Hetzelfde geldt voor het rijden in een waaier, ga hierbij nooit over je eigen weghelft. Natuurlijk kun je in een groep wel eens een sprintje trekken, maar schat goed in of dit niet leidt tot gevaarlijke situaties of ergernis van andere weggebruikers.

3. Pas je rijgedrag aan op de situaties. Rij bijvoorbeeld geen 40 kilometer per uur in de buurt van een school die net uit is. Zoek daarom een rondje uit dat verkeersluw is en dat je kent.

4. Draag handschoenen. Over het algemeen vang je jezelf tijdens een val op met je handen. Handschoenen voorkomen dat je door een val je handen erg beschadigd.

5. Let bij het rijden in een groep erop dat er ook nog iemand ‘in je wiel’ zit. Pas daarom op met slingeren en plotseling remmen. Een goed tip is dat als je achterom moet kijken, je degene die naast je fietst met je arm op dezelfde afstand houdt. Zo blijf je in je eigen baan. Daarnaast zijn de voorsten van de groep de ‘ogen’ van de hele club. Zij moeten situaties communiceren (gat in de weg, oversteekplaats, stoppen). Let er wel op dat je altijd zelf verantwoordelijk bent voor de situaties in het verkeer. Blijf dus ook zelf alert!

Nut van een helm

 Veel sporters dragen tijdens het beoefenen van hun sport vaak niet of niet altijd een helm. En dat terwijl een ongeval tijdens het sporten zeker kan voorkomen. Vooral als je skate(boardt), mountainbiked, wielrent, skiet of snowboardt loop je een groot risico. Als je hoofd na een val in contact komt met een ondergrond, vermindert een helm de gevolgen (impact). Deze verdeelt de klap over een groter oppervlak en verkleint zo de kans op (ernstig) hoofd- en hersenletsel bij een val of een botsing. Redenen genoeg dus om een helm te dragen. Het maakt daarbij niet uit of je recreatief sport of serieus traint voor een prestatie. Een helm kan van levensbelang zijn, maar is geen garantie en voorkomt geen hoofdletsel in alle omstandigheden.

Fietsregels

Voor wie net met fietssport begint of gewoon wil weten hoe je een heer in het verkeer wordt, volgt hier een rijtje met de meest elementaire fietsregels:

  • Houd je aan de verkeersregels. Als je met je racefiets of mountainbike de weg op gaat, neem je deel aan het verkeer en word je geacht de regels te kennen en na te leven.
  • Wees beleefd en attent. Agressie hoort niet thuis in het verkeer of bos.
  • Ga er niet van uit dat je voorrang krijgt omdat je voorrang hebt.
  • Pas je snelheid aan aan de situatie. Is het erg druk op de weg, dan trek je geen sprintje – en al helemaal niet met een grote groep. Is het rustig, dan kun je er vol voor gaan.
  • Maak ruimte voor passerend verkeer. Dan maak je het elkaar makkelijker en houd je het veilig.
  • Kijk altijd goed of andere weggebruikers jou gezien hebben. Niet iedereen is zo snel als jij.
  • Fiets je in een groep? Let op voor kuddegedrag! Blijf altijd zelf goed opletten en neem je eigen beslissingen.
  • Waarschuw je wielrenmaatjes voor alle obstakels die je tegenkomt. Dat doe je door te roepen, maar ook te wijzen naar de mogelijke stoorzenders en door duidelijk aan te geven aan welke kant het gevaar zich voordoet. Rij je meer achterin de groep, geef dan de aanwijzingen door aan degenen achter je.
  • Kom je wandelaars tegen met een hond of passeer je een ruiter te paard? Zorg ervoor dat je je snelheid matigt, zodat de dieren niet onnodig schrikken en voor problemen zorgen.
  • Gooi je afval in een prullenbak en houd de weg en de omgeving schoon. Kom je geen vuilnisbak tegen, neem je afval dan gewoon mee naar huis en gooi het daar weg.
  • Zorg ervoor dat je fiets aan de wettelijke eisen voldoet. Dat betekent dat hij is voorzien van een bel, reflectoren en dat je verlichting gebruikt als je je in het donker op de openbare weg begeeft.
  • Heb je toch nog lak aan andere weggebruikers? Bedenk goed dat je echt in overtreding bent als je je zodanig gedraagt dat je gevaar op de weg veroorzaakt of ander verkeer hindert. Gevalletje artikel 5 van de Wegenverkeerswet.